Op 31 januari jl. beschikte de kerk aan de Brânburren in It Heidenskip een eeuw over haar orgel. Dat werd gevierd!
Ouderling mevr. R. Noordenbos-Deinum kon rond 13.30 uur zo'n 70 mensen welkom heten in de inmiddels protestantse kerk van It Heidenskip:
Heidenskipsters, oud-Heidenskipsters, orgelliefhebbers en anderen. Onder hen dhr. J.W. Boekhoven, burgemeester van de gemeente Nijefurd.
Na het woord van welkom van mevr. Noordenbos leidde mevr. ds. D.M. Hasper, predikante van protestants It Heidenskip, de eredienst.
De preek ging over Psalm 40:3, waar staat: "Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang voor onze God. " Na de dienst
(en koffie en thee) verzorgden wij samen een presentatie over de lotgevallen van het instrument. De jubileumviering werd afgesloten door
de vermaarde organist Theo Jellema uit Leeuwarden. Hij speelde werken van onder anderen Josept Haydn, Leopold Mozart en Yme Visser. Mevr.
Noordenbos liet nog het volgende weten. Volgens een medewerker van Bakker & Timmenga heeft het orgel zich in de honderd jaar van zijn
bestaan goed gehouden. Toch zou een grote onderhouds- c.q. restauratiebeurt na zoveel jaren geen overbodige luxe zijn. Daarmee zal in
totaal zo'n€ 60.00,- gemoeid zijn. Met het oog daarop stond bij de uitgang van de kerk een melkbus, waar de aanwezigen een gift in
konden deponeren. Het begin is er!
De bestelling
Blijkens het notulenboek van 'Ons eeuwig belang' (later: de Financiële Commissie) te It Heidenskip, waarin 'verrigte werkzaamheden
aangaande de Kerkelijke belangen in het Heidenschap 1909' beschreven staan, is het bestuur op 10 februari samen met B. Wielinga,
hoofd van de christelijke volksschool te Workum, bij de orgelmakers Adema, Bakker & Timmenga en Van Dam op bezoek geweest. Alle
drie firma's waren in Leeuwarden gevestigd. Enkele uitgaven uit 1908 doen vermoeden, dat men daar ook dit jaar geweest is. Hoe dat
ook zij: aan de vermelding van het bezoek van 10 februari 1909 wordt toegevoegd: "Doch hebben geen zaken gedaan.
Maar ook: "Nadat wij met elkander hebben overgeleid is met algemeene stemmen besloten om bij de firma Bakker & Timmenga
een orgel te bestellen (...)". Voor de plaatsing zou niets berekend mogen worden, terwijl W. Kuipers de opdracht zou krijgen
om de plaatsing mogelijk te maken. Uit de notulen van de vergadering van 21 januari 1910 blijkt, dat het om het veranderen van de
trap naar de galerij ging. Toen werd tevens besloten om het orgel voorlopig in de grondverf te laten.
De financiering
In het notulenboek is verder te lezen: "Nu ter sprake waar het Geld vandaan te krijgen dit is bij aandeelen van tien Gulden waarvoor
ons toe gezeid is de Som van eenduizend en dertig gulden. Renteloos voorschot om het zelve bij Uitloting jaarlijks af te doen zooveel als
de beurs het toe laat. Bij de latere bespreking zeide Doekele Dijkstra dat Orgel komt niet afbetaald dat moet anders ik geef een Lam met
Weide erbij als Johs Feenstra en W. de Jong elk ook een Lam geve dat vond zooveel bijval dat er werden ons dadelijk 20 Lammeren toegezeid
en ook 20 weiden. Nu bleek bij inkoop dat de prijs even hoger was dan er gerekend was al zoo is er elf gulden uit de Kerkebeurs bijgepast
wat dan ook eerst afbetaald moet worden en er is een reglement van opgemaakt waarvan de Heeren L. Kampen en W. Kuipers de bestuurders van
zijn."
Overigens: in de vergadering van 21 januari 1910 wordt vastgesteld, dat het niet gelukt is om deelnemers voor de laatste 10 aandelen te
vinden. Besloten wordt om die voor rekening van de kerk te nemen. Uiteraard komen de aandelen en de lammeren in de notulen vaak voor.
De aandelen voor het laatst in 1913, de lammeren (lees: een schaap) in 1914.
In 1880 stichtten Fokke Bakker (1842 - 1904) en Arjen Timmenga (1854 - 1920) een nieuwe orgelmakerij in Leeuwarden. Het compagnonschap
tussen Bakker en Timmenga werd in 1901 ontbonden. In 1904 overleed Bakker. Timmenga zette de firma voort en vormde in 1919 een compagnonschap
met zijn zoon Bernhard (1899 - 1972).
Na het overlijden van Timmenga sr. in 1920 leidde Timmenga jr. het bedrijf tot 1960. In dat jaar werd de firma door Wopke Yedema en Harm
Pieter Dam overgenomen. Dam verliet het bedrijf in 1985. Toen namen Wopke en Bert Yedema de leiding over. Sedert 1991 is Yedema jr.
directeur-eigenaar. De orgelmakerij, die in de loop der tijden 175 instrumenten geleverd heeft, beschikt momenteel over zes werknemers.
Het contract
Op 25 maart 1909 tekenden A. Timmenga van de firma Bakker & Timmenga en A. Feenstra en S.D. Gerritsen "te Heidenschap (Workum)"
een op 27 februari 1909 een in Leeuwarden opgesteld contract. Het begint zo: "De ondergeteekenden als Bestuurders van de Kerk der Ned.
Hervormden in het Heidenschap onder Workum ter eene, en A. Timmenga, firma Bakker en Timmenga Orgelfabrikant te Leeuwarden ter andere zijde
zijn overeengekomen als volgt. - Ik ondergeteekende A. Timmenga neemt aan voor Contractanten ter eene zijde te vervaardigen een nieuw Kerkorgel
voor de som van Twaalfhonderd gulden, naar eene tekening door het Bestuur goedgekeurd." Vervolgens worden gegevens over de omvang van het
klavier en over de dispositie van het instrument vermeld.
De uitvoering
Er wordt aan toegevoegd: "Al het Materiaal, dat voor den bouw van het Orgel gebruikt wordt, zal van het beste zijn, waarom de vervaardiger
dan ook tien jaar aansprakelijk blijft voor alle gebreken welke aan slechte bewerking of verkeerd materiaal te wijten zijn. Daarentegen neemt het
bestuur de verplichting op zich, om gedurende bovengenoemd tijdvak, het Orgel eens per jaar door de vervaardiger te laten stemmen tegen eene
vergoeding van tien gulden per keer. Zegge ƒ 10,-" In het contract staan nog meer bepalingen. Het instrument zal negen maanden na
ondertekening "geheel speelvaardig" in de kerk opgeleverd worden. Het schilderwerk van de orgelkast en het vergulden van de frontpijpen,
"indien dit wordt verlangd", blijft ter keuze en voor rekening van het kerkbestuur. De betaling zal na afloop en ingebruikneming van het
instrument geschieden, en wel in één termijn.
Op de tekening van het front van het orgel staat de notitie "Het front als Oppenhuizen". In 1908 had Bakker & Timmenga een orgelvoor
de gereformeerde kerk van Oppenhuizen gebouwd. Niet alleen het front, ook de dispositie komt overeen met die van het Heidenskipster instrument. In
1974 voerde Bakker & Timmenga een reparatie c.q. restauratie en een uitbreiding van het orgel in Oppenhuizen uit, in 1999 verplaatste de firma
het instrument naar de hervormde kerk van Tirns. (Overigens bleef de Hervormde Gemeente te Oppenhuizen niet bij de Gereformeerde Kerk van het dorp
achter. Sterker nog: het werd een kwestie van 'baas boven baas', want de hervormden kochten in 1909 een veel groter orgel bij Bakker & Timmenga
dan de gereformeerden in
1908 hadden gedaan.)
De ontvangst
In het debiteurenboek van Bakker & Timmenga is te lezen, dat de firma op 18 december 1909 voor het Heidenskipster kerkbestuur een "Seraphijne
orgel"(een harmonium) gerepareerd heeft, en wel voor ƒ 13,-. Op 31 januari 1910 leverde men het nieuwe orgel, voor de afgesproken ƒ 1.200,-.
Naar verluidt, is het instrument per trein naar Workum vervoerd en vervolgens per boerenwagen naar It Heidenskip gebracht. Het notulenboek van 'Ons eeuwig
belang' vermeldt: "31 January 1910 is het Nieuwe Orgel bespeeld door den heer B. Wielenga en goed gekeurd en alzoo in ontvangst genomen van de firma
Baker en Timmenga. Den 5 February 1910 is het betaald door den Heer B. Wielenga en ons de Kwitanzie ter hand gesteld. Zondag 6 Febuary 1910 is het
met een toepasselijk woord over den 150ste Psalm door den Wel.E.W. Heer F.G.Hospers in gewijd en door den Heer B. Wielenga
bespeeld het welk tot allen genoegen was van een groote Schaar aan Wezigen."
Het vervolg
Op 5 februari 1910
nam Bakker & Timmenga het serafine-orgel voor ƒ 60,- over. In het notulenboek van "Ons eeuwig belang" is daarover te lezen: "(...)
het Orgel wat er thans staat zeide Bakker ƒ 50,- dat was ons te weinig dat toen zeide hij van ƒ 60,- onder voorwaarde als wij meer konden krijgen
wij dat mogen doen." Het was het Heidenskipster kerkbestuur kennelijk niet gelukt om er meer voor te krijgen. Overigens heeft dat instrument niet lang
dienst gedaan. Althans: als het gaat om het orgel dat volgens het notulenboek in 1904 gemaakt en gebracht werd. Bakker & Timmenga heeft het nieuwe orgel
vrijwel elk jaar onderhouden en gestemd. In 1942 besloot de Finaciële Commissie bij de orgelmaker opgave te vragen voor restauratie van het orgel.
In 1946 voerde de firma enkele grotere herstellingen aan het instrument uit en maakte men het schoon. Dat kostte samen ƒ 1.948,-. In 1959 plaatste men
voor ƒ 858,- een elektrische ventilator. (Uit het verslag van de Finaciële Commissie van 7 maart 1921 blijkt dat "de bediening der windzuiger"
toen één van de taken van de koster was.
Aanpassingen
Op 5 maart 1924 besloot de Financiële Commissie om "een nieuw kleedje" bij het orgel te plaatsen. Wij nemen aan, dat het om een gordijntje gaat. Met
betrekking tot de vergadering van 8 april 1940 wordt vermeld: "Bij het nazien der gebouwen wordt besloten een kleine reparatie op de nieuwe kraak langs het
pad te herstellen en een eindtje voetpad te vervloeren, in plaats van de bestaande steenen de midden met tegels te beleggen, en het verven van de nieuwe duer
naar het orgel." Of er meteen werk van gemaakt is, moet betwijfeld worden.
Want met betrekking tot de vergadering van 3 april 1941 staat beschreven: "Bij het nazien der gebouwen werd besloten enkele
deurtjes in de nieuwe vleugel van nieuwe bantje te voorzien, de nieuwe deur voor de trap naar het orgel toe te verven en een plank bij het orgel aantebrengen
zulks ter gelegenheid om de overtollige kleederen tijdens den dienst op te hangen." In 1973 werd over vochtbakjes voor het orgel vergaderd. Met betrekking
tot de vergadering van 8 februari 1974 staat genotuleerd: "Tj. Huitema, als altijd attent, vraagt naar de genoemde vochtbakjes. V.d. Gaast antwoordt hierop
dat er voor het orgel een voorziening is."
Ten slotte, over de vergadering van 2 februari 1998: "Ook onderhoud gebouw komt nog even ter sprake één steun onder het orgel staat los ook dit is inmiddels
met pijn en moeite opgelost." Ook een orgel kan niet zonder een goed fundament.
De gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan:
Jan Jongepier, Vijf eeuwen Friese orgelpracht. Een schoone voorraad
waarlyk (Leeuwarden/Ljouwert 2004);
Het archief van de firma Bakker & Timmenga (in Historisch Centrum Leeuwarden, toegangscode 174-D);
Het notulenboek van 'Ons eeuwig belang' (later: de Financiële Commissie) te It Heidenskip.
Mededelingen dr. A.H. Vlagsma (Steenwijk) en dr. T. den Toom (Hilversum).